Hassebassie

Posted on 10 maart 2017

0


Nog geen week nadat we Valery Gergiev als een poppenspeler met onzichtbare touwtjes het Rotterdams Philharmonisch Orkest de negende symfonie van Anton Bruckner zagen – en vooral hoorden – laten spelen, ons verbazend over het naadloos in elkaar grijpen van al die instrumentale radertjes, waaronder andermaal de contrabas van Matthew Midgley, ons idool, ben ik wederom in de Rotterdamse Doelen om cultuur op te snuiven. Het is de Dag van de Literatuur.

Na het plichtmatig afvinken van aanwezige vierdeklassers begint het allemaal met Tim ‘wat zijn jullie met teringveel!’ Hofman, de presentator, die Jet Bussemaker, na haar te hebben gevraagd hoe het thuis gaat en wat een minister van onderwijs zoal doet, door middel van een rode nepknop het tweejaarlijkse literaire festijn laat openen, ruim een kwartier te laat, waardoor er de rest van de dag geen enkele scholier meer op tijd bij een workshop, talkshow, interview of voordracht kan zijn.

We laten Herman Koch schieten om een koortsachtige zoektocht aan te gaan naar een achterafzaaltje dat naar de een of andere dode havenbaron is genoemd, zodat we tóch op tijd bij de workshop ‘satire schrijven met De Speld’ kunnen arriveren, om vervolgens een half uur op de rest te wachten. Het Labyrint dat De Doelen heet is, net als satire, welhaast ondoorgrondelijk en velen zijn gedoemd om er rond te dolen tot in de eeuwigheid.

Na de satire komen de kaas- en saucijzenbroodjes, de boekenstandjes, de schrijvers die handtekeningen uitdelen of zomaar langswandelen. Bloemkoolbowlen kan natuurlijk ook, bloemkoolbowlen is in feite de essentie van literatuur, met de skippyballenrace als goede tweede. Vlak ook vooral de edele sport van het megatafeltennis niet uit. En dan: de poëzie. Ellen Deckwitz legt het uit, in sneltreinvaart, nu snappen we het allemaal, nu kunnen we niet alleen de poëzie en het leven aan, maar ook nóg een keer Tim Hofman, die Peter Buwalda een fucking goede schrijver vindt met een fucking mooie voorleesstem.

Peter Buwalda leest columns voor over George Martin (de vijfde Beatle) en Mart Smeets, wat de belevingswereld van de circa zestienjarige prachtig samenvat. Daarna speelt een gezelschap genaamd ‘De blonde jongens en Tim’ in strakke korte broekjes een hilarisch, zeg maar gerust ongeëvenaard cabaretprogramma, als je tenminste van veel geschreeuw, acrobatiek en seksuele intimidatie houdt. En dan is het klaar, zegt Tim Hofman, de alternatieve schoolbel.

Voor een meute zwijmelende leerlingen eindigt de Dag van de Literatuur met een massale signeersessie van Tim ‘wat zijn jullie wéér met teringveel!’ Hofman, de poëet met de broek met kapotte knieën. Wij storten ons op bier en wijn, vlees en vis, noodles en gebakken rijst. En koffie met een hassebassie. Twee hassebassies. Vier.

Na een liederlijk samenzijn bij de Vietnamees op de West-Kruiskade keert de vakgroep Nederlands voldaan en vele malen wijzer Centraal-Stationwaarts. In Dordrecht wordt de Dag van Tim Hofman stijlvol afgesloten en gaat ieder zijns/haars weegs. De handtekeningen en geheime boodschappen van Lize Spit, Hagar Peeters en P.F. Thomése zullen, na lezing van de boeken, voor altijd in hun kaften worden begraven.

Advertenties
Posted in: Cultuur