Spiegel

Posted on 12 februari 2017

0


Alinea’s, dat zijn handige, zeg maar gerust onmisbare dingen die, omwille van het leesgemak, niet al te lang moeten duren. Hier en daar een witregel is in dit verband ook niet onprettig. Dat helpt allemaal mee om, zeker in een roman, de draad niet al te zeer kwijt te raken, en anders om hem eventueel weer terug te vinden. In Spoo Pee Doo van Dimitri Verhulst stoort het echter geen moment dat alinea’s gelijkstaan aan hoofdstukken en hoofdstukken aan alinea’s. De tekst dendert voort, vier, vijf, zes, elf pagina’s lang, behoeft geen adempauze, geen draadoppikkend hulpmiddel. Je hebt er schrijvers tussen – Herman Brusselmans, bijvoorbeeld – die een dergelijk effect trachten te bereiken door simpelweg niet op de entertoets te drukken waar ze dat wel zouden moeten doen. Geen kwaad woord over Herman Brusselmans, verder, maar voor Spoo Pee Doo – naar een lied van Archie Shepp – is de alinea duidelijk niet uitgevonden.

De boeken van Dimitri Verhulst lees je bij voorkeur met een Vlaamse tongval, al dan niet plat, in je hoofd of, als de situatie het toelaat, fluisterend dan wel hardop. Dan komen de zinnen, niet zelden sierlijk en onsmakelijk tegelijk, het best tot hun recht. Verplicht is het niet, maar in enkele gevallen, zoals het geval De helaasheid der dingen, ontkom je er eigenlijk niet aan. Sommige van zijn eerdere boeken lezend overviel me meer dan eens de gedachte dat hij over werkelijk elke zin uren moest hebben nagedacht, totdat ieder woord, iedere komma precies op de juiste plek stond en hij met geen mogelijkheid meer mooier en/of grappiger zou kunnen worden. Maar net als in het echte leven heeft ook hier inmiddels de gewenning zijn intrede gedaan. Die zinnen van Verhulst zijn nu eenmaal zo, met minder nemen we niet langer genoegen, hoewel sleur vooralsnog niet op de loer ligt.

Goochelen met perspectief is iets wat je gerust aan Dimitri Verhulst kunt overlaten. Het is alsof hij het rechtstreeks tegen mij heeft, maar hij vergist zich: ik rook geen Davidoffs en ik heet geen Vannolle en ik woon niet in een stad met trams die ik bovendien niet ’s nachts afschuim, geen trappisten drinkend en vette frieten etend en lebberend of anderszins met of zonder vrienden die ik niet heb en bekenden die ik niet ken – morgen weer gewoon vroeg naar de zaak, hè? – en van Archie Shepp had ik voor vandaag nog nooit gehoord. Verder klopt er ook meestal niets van en dan soms ineens weer wel, zoals dat ik best in een stad met een tram zou wíllen wonen.

Ik ben, kortom, op een ándere manier oppervlakkig, afgezaagd en voorspelbaar. Ik ben andere dingen aan het doen, sááiere dingen, andere dranken aan het drinken tijdens het al dan niet registreren, verwerken, parkeren van bloederige aanslagen. Ik luister naar andere muziekjes op Spotify, kijk Netflix, lees een boek. Spoo Pee Doo van Dimitri Verhulst, bijvoorbeeld. Spoo Pee Doo is een spiegel. De spiegel vervormt. Het is een lachspiegel. Een gebarsten spiegel. Een spiegel aan gruzelementen. Helemaal geen spiegel.

Advertenties
Posted in: Cultuur