RAI

Posted on 26 april 2015

0


De AutoRAI. Je zou het een vader-zoondingetje kunnen noemen, als je dat soort woorden bezigt. Veertig jaar geleden ben ik er met een paar vriendjes – en een vader, maar niet die van mij – geweest. De BMW 1502 was toen nieuw en ik weet niet waarom ik dat nog weet, ik hou helemaal niet van BMW’s. Toen wel, misschien. We wáren trouwens met een BMW, een zilvergrijze 2002. En die vriendjes vond ik eigenlijk helemaal niet aardig, maar daar dacht ik toen nog niet zo over na.

Daarna ben ik er nóg een keer geweest, vermoedelijk zes jaar later, want ik heb in een Renault 20 TX met zwartleren bekleding in wafeltjesmotief gezeten. We hadden zelf de veel minder luxe 20 TL, vandaar. Die was toen al behoorlijk weg aan het roesten. Ik vermoed dat mijn vader er deze keer wél bij was, maar zeker weten doe ik het niet. Gek is dat.

De derde keer, vandaag, was ik zélf de vader. M (14) en ik gingen met de trein, wat een avontuur op zich was. Via de site van de RAI had ik twee dagretourtjes gekocht tegen een flink gereduceerd tarief, maar dat voordeel zag ik in rook opgaan toen de machinist – of iemand anders die mededelingen doet – ons, net nadat we waren overgestapt op de Intercity Direct naar Schiphol, eraan herinnerde dat er op deze aanmerkelijk snellere verbinding een toeslag van tien euro geldt. Strikt genomen was deze communicatie onjuist, want je kunt niet worden herinnerd aan iets wat je nog niet wist.

Op dat moment, of misschien een paar minuten erna, besloten M en ik dat we, als de conducteur niet zou komen om de toeslag te innen, op de terugweg gewoon wéér die Intercity Direct zouden nemen, als dat tenminste de eerst beschikbare trein zou zijn, en dan natuurlijk ook weer zonder die toeslag te betalen. Ja, wij leven op het randje.

De conducteur kwam niet. Van de bespaarde toeslag kochten we een veel te dure cheeseburger, wat ons in feite ontsloeg van de verplichting om eerder genoemd Intercity-Directplan uit te voeren. Ja, ik verzin de regels niet, hè? Verder deden we wat vaders en zoons doen op de AutoRAI, en dat is heus niet alleen maar naar veel te dure Aston Martins en Lamborghini’s en Bentleys en Maserati’s kijken.

Nee, dat is ook – eveneens veel te dure – Porsches, Audi’s en Mercedesen volledig negeren én, natuurlijk, de Citroën C4 Cactus passen. Verrassing: die pasvorm viel helemaal niet tegen. Er paste weliswaar niemand meer op de achterbank, maar we laten het aan de kniesoren over om daar op te letten. De veel duurdere DS5 daarentegen liet het, als het op beenruimte aankomt, volledig afweten, dus daar hoef ik niet meer voor te sparen.

Na dik twee uur slenteren – ook door de hal met klassiekers, waar zelfs mijn oude liefde stond, de Peugeot 404 – hadden we het wel weer gezien. Op Schiphol hadden we de Intercity Direct misschien nog kunnen halen, maar we zaten al op perron 4.

Advertenties
Posted in: Autobio, Automotief