Mozzer

Posted on 30 maart 2015

0


Morrissey zien en dan sterven. Het heeft wat voeten in de aarde, maar dan heb je ook wat.

Zo’n dertig jaar geleden belde ik in blinde paniek een vriendin in Utrecht, omdat er in de krant stond dat The Smiths, toen én nu mijn favoriete popgroepje, in Vredenburg – of ergens anders, maar in ieder geval in de Domstad – zou optreden. Het waren Twitterloze tijden, internetloze zelfs, anders had ik natuurlijk allang geweten dat dat hele concert niet doorging. Een nieuwe kans heeft zich niet meer aangediend.

De interesse voor The Smiths bleef, maar de solo-ondernemingen van zanger Morrissey heb ik niet meer gevolgd. Totdat ik een lovende recensie van zijn nieuwe cd las en, enige tijd later, de aankondiging dat hij zou optreden, wederom in Vredenburg. Te laat: reeds uitverkocht.

Weer een paar maanden later was ik er voor het concert in Tilburg op 16 december wel op tijd bij, mede omdat het deze keer verre van uitverkocht raakte. Het bleek echter niet door te gaan, omdat hij diezelfde avond ook op een podium ergens in Australië moest opdraven en dat was blijkbaar in logistiek opzicht een probleem. De festiviteiten werden verplaatst naar 10 maart. We zaten al bijna in de auto toen mij via Twitter het bericht bereikte dat de man ziek was – hij had al kanker, maar nu ook nog een griepje – en er wederom een vervangende datum werd gezocht.

Die datum is aangebroken. Ook de rit naar Tilburg is niet zonder problemen, wegens hevige storm. Mijn vierkante auto is daar nogal gevoelig voor. Na een expeditie die voor de Volvo Ocean Race niet onderdoet, in het decor van spectaculaire bliksemschichten (nou ja, één, maar wel een heel erg lange), bereiken M (14) en ik, ruim op tijd, de concertzaal.

Het is maar goed dat het niet is uitverkocht, want al die veertigers- en vijftigersbuikjes vragen om dringende heroverweging van de capaciteit. De concentratie van baarden en Ray-Ban Clubmasters is groter dan elders. Als The Mozzer, na een lange wachttijd (maar ik vind wachten al snel lang), het strijdperk betreedt, wellen tranen op. Dat had ik nu ook weer niet verwacht, hoewel ik best weet dat ik een gevoelige jongen ben.

Ja, het is goed. Hij is nog niet dood. Tijdens het fenomenale Meat is Murder, geïllustreerd met verontrustende filmbeelden van de vleselijke uitspattingen der bio-industrie, vechten tegenstrijdige emoties – gruwel, vervoering, trek in een frikandel – om voorrang.

Er zijn meer emoties. Blijkbaar ben ik er te oud voor geworden, maar beste concertbezoekers die er steeds langs moeten met bier: ga godverdomme in een kroeg zitten! Beste concertbezoekers die er steeds langs moeten om te gaan roken: jullie stinken! Ja, jij, met je aanstellerige mutsje. En beste concertbezoekers die de hele tijd luidkeels met elkaar staan te converseren: nou ja, dat heb ik al gezegd, maar misschien hebben jullie het niet verstaan.

Gelukkig is er maar één toegift. Ik háát toegiften. Als je klaar bent, dan ben je klaar. Hoe dan ook: ik heb hem gezien. Ik kan sterven.

Posted in: Cultuur