Ongeluk

Posted on 25 september 2014

0


Je kent het wel, dat kruispunt. Of, nee, het is geen kruispunt. Ook geen t-splitsing. Het is een zijstraat waar je uit komt als je van hier naar daar moet, de die-en-diestraat naar de zus-en-zoweg. Je ziet er geen reet van het verkeer, soms blijft het komen. Er staat wel zo’n spiegel, maar die staat vaker de verkeerde kant op dan de goede. Dan is er weer een vrachtwagen tegenaan gereden ofzo. Een bus, kan ook.

Maar goed, ik denk: er komt niks aan. Van rechts wel, in de verte, niet meer dan een stipje, nou ja, een stip. Een flinke stip. Van links niet. Blijkbaar ben ik een tijdje vergeten naar links te kijken, om de geparkeerde auto’s heen, zo goed en zo kwaad als het gaat. Niet gaat, eigenlijk. Of er is zo’n mysterieuze dode hoek waar ze het wel eens over hebben. Want als ik de zus-en-zoweg op rij, linksaf, is daar ineens die Citroën C2.

Het rechterachterspatbord van mijn gezinspantservoertuig is flink verkreukeld. Nee, wacht even, het linker. De Citroën C2 kwam van links. Dat klinkt meestal wel goed, als de tegenpartij van links komt, maar niet op een voorrangsweg. De spatlap loopt aan tegen de band. Bumper op half zeven. Ja, ik heb ze nog, bumpers. Van vroeger. Zo’n paaltje op de middenberm geeft gewoon mee, wist je dat? Springt zo, hup, weer rechtop, alsof er nooit iets is gebeurd. Wat van mijn buitenspiegel niet gezegd kan worden.

“Je had die Citroën C2 moeten zien,” kan ik dan later stoer vertellen, op een feestje. Alsof ik ooit op feestjes kom. Ja, nee, ík had die Citroën C2 moeten zien, maar ik bedoel: je had moeten zien hoe die Citroën C2 eruitzag. Kan niet eens meer rijden. De mevrouw van de Citroën C2 is gelukkig begripvol. Zegt “meneer” en dat soort dingen. En: “Dat doet u natuurlijk ook niet expres.” Zij begripvol, ik schuldbewust. Ik doe dat niet expres, nee, maar wel per ongeluk.

Een beetje zenuwachtig, ook. Jezus, hoe vulde je ook alweer zo’n schadeformulier in? Al vijfentwintig jaar niet gedaan. Ik ben verworden tot voertuig A, zij is B. Het moet doordrukken op het tweede velletje, maar er drukt helemaal niks door. Een paar vegen hier en daar, dat is het wel zo’n beetje. Verkeerd soort pen gebruikt, zeker. Materiële schade aan andere objecten dan voertuigen, nee of ja? Het paaltje: nee. Staat gewoon weer rechtop. Mijn trots: ja. Mijn zelfvertrouwen: ja. Maar geen objecten en niet materieel.

Naar de gezinspantservoertuiggarage. Voorzichtig vragen hoeveel duizenden euro’s die grap gaat kosten. Een paar klappen met de hamer later, beetje rukken, beetje trekken, schroefje hier, klemmetje daar, zie je er eigenlijk niets meer van, op een afstandje, ogen enigszins toegeknepen. Als ik hem nooit meer was – deed ik toch al niet – valt het helemáál niet op. En de verzekeringspremie wordt automatisch afgeschreven, merk je ook niks van. Met die Citroën C2 komen ze er niet, hoor, met een hamer.

Met de schrik vrij, heet dat.

Posted in: Automotief