Barbierisme

Posted on 7 augustus 2014

1


Tien jaar geleden besloot M. dat hij lang haar wilde. Aldus geschiedde. Een decennium dat werd gekenmerkt door ondoordringbare klitten en tergende borstelpijn is nu ten einde. In een Rotterdamse wolk van rock-’n-roll, dandyisme en ouwe-jongens-krentenbrood verloor de zoon zijn wilde haren. En dat op zijn veertiende, terwijl de streken nog moeten komen.

Gezeten in een authentieke Amerikaanse barbiersstoel van meer dan vijftig jaar oud onderging M. de vingervlugge vaardigheden met schaar, tondeuse en pommade van een roodbaardige barbier genaamd Nelis. Niet zonder slag of stoot: er ging een wachttijd van drieënhalf uur aan vooraf. Ja, drieënhalf uur. Het gekke was: het voelde als, nou ja, precies drieënhalf uur, maar een dergelijke wachttijd lijkt in de meeste gevallen twee dagen te duren. En dat op een houten kerkbank.

Om pakweg kwart over tien arriveerden we op de Nieuwe Binnenweg, alwaar een deel van het trottoir reeds bevolkt werd door – in de woorden van I. (16) – mensen met raar haar. Hier moesten we zijn. Niet lang daarna dook er uit het niets een barbier met een skateboard op die ons het etablissement binnenliet. De wachtbankjes waren al snel gevuld, wij namen plaats op de vloer en bestudeerden alvast de posters met barbershop classics en signature haircuts. Er werd getwijfeld tussen de slickback – opgeschoren nek en zijkanten, de rest strak naar achteren, Jimmy Darmody-style – en de Don Draper-achtige executive contour. Het zou uiteindelijk een combinatie worden.

Dertien klassieke barbiersstoelen, als we goed hebben geteld, geen één hetzelfde. Bont betegelde vloertjes in een lijst van houten bielzen, wanden vol portretten en oude reclameposters, hoge stapels pommadeblikjes in vitrinekasten. Een bolle Amerikaanse koelkast met stickerbehang, véél kratten bier, wc-huisje in de tuin. Je zou het nostalgische, sfeervolle geheel kunnen kenschetsen als ‘vintage’, als je dat graag zou willen.

De ruimte vulde zich met rockabilly en koffiedampen, terwijl binnendruppelende haarsnijders met namen als Maus, Mannes, Janus en Lau, veelal bebaard, getatoeëerd en klein van stuk, in rollend Rotterdams grapjes naar elkaar brulden. Om elf uur stipt werd de eerste klanten gesommeerd een stoel te bezetten. Iedere barbier die klaar was vroeg op luide toon wie de volgende was en natuurlijk wisten wij niet na wie we waren. Gelukkig hadden we een paar uur om dat uit te vogelen.

Na diverse vluchtige gesprekjes hier en daar, een bliksembezoek van iemand die verdacht veel op de Amerikaanse zanger Pokey LaFarge leek (omdat hij het was) en welgeteld twee flesjes bier c.q. glazen siroop viel M. de eer van ‘de volgende’ te beurt. Ruim een uur zat hij in de stoel. Ja, de Rotterdamn Barbers nemen de tijd. Zelf was ik de volgende volgende, maar mijn persoonlijke barbier – Coos, geloof ik –  had aanmerkelijk minder tijd nodig om een krul in mijn snor te plamuren.

Ruim vijf uur na binnenkomst verlieten we, mét executive slickback, krulsnor, een blik Reuzel-pommade, een stapel stickers, een gratis zakkam en honger als twee paarden, ‘de enige vrouwvrije zone in Rotterdam’. We hadden er een dagje van gemaakt. Volgens Nelis was het rustig, vandaag.

Advertenties
Posted in: Autobio