Policja

Posted on 17 mei 2014

0


Paniek in de tent. De meisjestent, om precies te zijn. Iets voor half 5 op de laatste ochtend van ons verblijf in de tuin van Dom Dziecka Droga zit er een vreemde man op de grond. Hij kijkt, verder niets, gaat ervandoor zodra hij ontdekt wordt.

We horen het verhaal tijdens het ontbijt. Zal wel een verliefde bewoner zijn, denken we. Maar we horen ook dat de tas van D. uit de jongenstent kwijt is. Verstopt door iemand die niet wil dat we weggaan? Of gewoon bedolven onder andere zooi?

De tas wordt niet gevonden. Niet in de tent, niet op het terrein, niet in het huis. Als ware detectives turen we naar versneld afgespeelde beveiligingsbeelden op de kamer van Herr Direktor.  Om 4.11 uur zien we een man met een pet de kruidentuin in zwalken, richting de tenten, het beeld uit. Even later vage actie achterin, ergens bij de knoflook. Om 4.26 uur kiest de man het hazenpad richting de spinazie (Andijvie? Prei?), dan weer heel snel achteruit, vooruit, achteruit, vooruit, maar dat doet de directeur met zijn computermuis. Achter het schuurtje, hup, weg.

Herr Direktor belt de politie. Eerst komen er twee geüniformeerden, als voorbode van de recherche: een struise, bezonnebrilde mevrouw met handboeien, een pistool en twee knechten. Veel geschreeuw over en weer, vragen, notitieboekjes. De bus vertrekt en laat D. achter, want zonder id-kaart mag hij niet mee. Hij zit er beduusd bij, aan de tafel in de eetzaal, met een politiemacht om zich heen. Optie 1: er wordt een vervangend reisdocument gemaakt, maar dan moet hij binnen vijf dagen terug naar Polen. Optie 2: de mevrouw van de recherche schrijft een onofficieel briefje met haar telefoonnummer. Dat nummer wil onze hotemetoot toevallig ook hebben, dus doe die maar.

We wachten. Benon is opgetrommeld, op zijn vrije dag. Een zware delegatie van het huis vertrekt in een busje. Af en toe belt Benon: er is in de bosjes een slaapzak gevonden, is die van D.? Ja. Douchegel van de HEMA? Ja. T-shirt met een Fiat 500 en een Pac-Man erop? Nee, of ja, toch. T-shirt met een dooie vis? Nee. Vuile sokken? Ja, maar zó vuil waren ze niet. Rode tas, leeg? Ja, hoewel hij eerst vol zat. Ook is er een verdachte: een oud-bewoner met een drankprobleem.

Geen iPhone, geen Nintendo DS, geen geld. En dan goed nieuws: D.’s portemonnee is gevonden, met zijn id-kaart erin. We kunnen gaan. Na het zoveelste afscheid en duizend maal excuses van Herr Direktor – die er ook niets aan kan doen – vertrekken we, bijna drie uur na de bus.

Opgezweept door de puberale powerdisco van Rammstein, afgewisseld met een moppie Mahler, tikt de veertien jaar oude Renault Scenic van de hotemetoot af en toe de 180 aan. In de buurt van Berlijn eten we een Rock’n’Roll-maal bij Cindy’s Diner (Gourmet Burger des Monats Mai: lekker! Veel!). En dan, net na Hannover, onderscheppen we de bus en laden we D. over.

Kunnen we eindelijk één voor één de leerlingen bespreken.

Posted in: Polska