Żuberek

Posted on 14 mei 2014

0


Dagen van tegenstrijdigheden. De ene dag krijgen we helemaal geen vlees, die erna stapels schnitzels als lunch en ’s avonds een copieuze barbecue met kip en worst. Vanochtend knakworsten als frikandellen: we zijn weer in Polen.

De grootste tegenstrijdigheid is ieder jaar weer het moment dat de directeur van het kindertehuis ons, de begeleiders van een groep maatschappelijk verpozende vwo-pubers, trakteert op de horecageneugten van Wolsztyn. Herr Direktor heeft een kleine dertig kinderen onder zijn hoede, omdat alcoholverslaving het de ouders onmogelijk maakt voor hen te zorgen. Dit weerhoudt hem er ook dit jaar niet van ons vol te gieten met lokale versnaperingen, hoewel hij zelf wegens een te hoge bloeddruk al een paar maanden niet drinkt.

Het is toch een andere cultuur, we hebben ons laten vertellen dat het zeer onbeleefd is, beledigend zelfs, om te weigeren. Ofwel hebben we ons dit niet laten vertellen, maar we menen ons te herinneren van wel. Wat we zeker weten is dat het gewoon onder je neus wordt geschoven, ook als je eigenlijk iets anders – zonder alcohol – had besteld. In ieder geval als je een man bent, want echte mannen zuipen, midden op de dag, ook al ziet het eruit als een wijvendrankje.

Is het een limonadeglas? Is het een wijnglas? Ik weet het niet, het zit er ergens tussenin. Op de bodem ligt een forse druif, op een bedje van citroenschijfjes en geflankeerd door blokjes perzik. De vloeibare bestanddelen: 100 gram żubrówki (Bison-wodka) en ook nog een beetje sok jabłkowy (appelsap). Er drijft een plantje in, volgens de menukaart een grasspriet, voor die onvergetelijke smaak, want dat hoort bij deze speciale Poolse wodka. En lód (ijs). We drinken het met een rietje.

Wodka en appelsap. Ik vind het zonde. En dan ook nog ijs, fruit en een plantje. Nee, ik doe er nooit iets in, want met iedere toevoeging, vloeibaar of vast, corrumpeer je de subtiel hysterische afdronk, haal je weer een stukje van de puurheid, de rijkdom, de essentie, de ziel – hoe minuscuul ook – uit de appelsap. Maar ja, ik zei het al: andere cultuur. Wat goed genoeg is voor de Polen, is ook enigszins acceptabel voor ons. En als er rijst door de boontjes kan, dan kan er ook wodka door de appelsap. En plant. Niet zo rechtlijnig, jongens, daar hebben we het ontbijt en de smeerkaas voor.

Na de Żuberek – want zo heet het ensemble – is er de tweede Żuberek. En na de tweede Żuberek zijn er kippenpootjes en vette worsten in de tuin van het huis. Misschien was er ook nog iets tussen, dat weet je nooit, in ieder geval tref ik mijzelve aan bij een oplaaiend kampvuur, omringd door leerlingen en collega’s. Geen Polen te bekennen, dat is dan wel weer jammer. Onder het genot van een rustiek schallend, door Spotify aangedreven kampvuurmuzakje – L’Oiseau de Feu, De Vuurvogel van Igor Stravinsky, uitgevoerd door het Royal Philharmonic Orchestra – geven we in hoog tempo zakken chips en droge koekjes door.

En wat zít dat bankje kut.

Posted in: Polska