Panika

Posted on 14 mei 2014

0


Drie dames in de categorie Madam Undersecretary Professor Dolores Jane Umbridge van het Ministerie van Toverkunst springen uit een nog naschommelende Renault, een chaufferend mannetje eenzaam achterlatend. Een overval? Inval? Razzia? Nee. Dom Dziecka Droga, het kindertehuis waar we deze week verblijven, valt ten prooi aan een onverwachte inspectie.

Herr Direktor, Benon en andere medewerkers rennen in verwarring rond, op aanwijzing van de dames. De tantes van overheidswege volgen, twee in mantelpakje, de derde per ongeluk nog in haar – ook nog eens veel te korte – nachthemd. Tja, de drank. Ze trippelen langs de bijgebouwtjes die door onze leerlingen vrolijk worden beschilderd. In het voorbijgaan groeten we vriendelijk, terwijl de grond onder ons met veel gekraak bevriest. Zo zijn wij nu eenmaal. Geen spoor van een reactie.

Benon – dit jaar door de leerlingen consequent ‘de tolk’ genoemd – houdt even halt bij ons, hoewel hij daar eigenlijk geen tijd voor heeft. Met groeiende paniek in zijn ogen vertelt hij dat ze weer op zoek zijn naar de kleinste dingen om het tehuis een loer te draaien, als het even kan te sluiten. Het was de reden dat we twee jaar geleden de parkeerplaats hebben aangepakt en vorig jaar het hekwerk.

De tussenstand: de vuilnisbakken staan te dicht bij het huis. Het aanrechtblad van de nieuwe keuken is niet van roestvrij staal. De zeepbakjes in de badkamers deugen nét niet. Dit en dat en zus en zo is hier te kort en daar te lang. We grappen dat ze alvast onze klussenlijst voor volgend jaar aan het maken zijn.

Benon is weer weg. En even later is hij weer terug. Er moet nú een lijst worden geproduceerd met de namen van al onze leerlingen. Mét polisnummers en/of burgerservicenummers, DigiD-sms-codes, bloedgroepen, sterrenbeelden. Er moeten identiteitsbewijzen worden overlegd, nee, leerlingpassen, nee, toch identiteitsbewijzen. Leerlingpassen én identiteitsbewijzen. Of zorgpassen? Er wordt zo veel mogelijk verzameld, maar natuurlijk heeft niet iedereen de leerlingpas bij zich, waarom zouden ze? En nu? Moeten we worden doorgelicht? Gekeurd? Gefouilleerd? In de boeien geslagen, in het cachot gegooid, verhoord, gemarteld, uitgehongerd? Zijn de Russen gearriveerd?

Herr Direktor meldt zich. Er hoeven geen identiteitsbewijzen. Ook geen leerlingpassen of zorgpassen. Wel een lijst, mét leerlingnummers, zónder sterrenbeelden, maar die is voor de korting op de aanschaf van de treinkaartjes, nee, we worden niet gedeporteerd, we gaan morgen shoppen in Poznań. Nie panikuj. Keine Panik. Benon was een beetje zaskoczony.

We zien de inspectrices de zijuitgang verlaten, de statige trap afdalen. Als ze naar de Renault benen, waarin het mannetje achter het stuur wakker schrikt van de tikkende hakken, kijken ze tevreden, hooghartig, gemeen. Gniffelend. Je ziet ze denken: nu hebben we ze. Daar kunnen die sukkels uit Nederland niets meer aan veranderen. Met hun parkeerplaats en hun goud geverfde hekpuntjes.

Als Benon even later verslag uitbrengt, blijkt dat Dom Dziecka Droga de inspectie heeft doorstaan. Het waren slechts aandachtspuntjes voor de volgende APK, als het ware. Subtiele bangmakertjes, machtsvertoon van nietszeggende ambtenaartjes in mantelpak en pyjama.

Een storm in een glas żubrówki.

Posted in: Polska