III – Wakker

Posted on 24 april 2013

3


Het slechte nieuws is dat een collega die ik tot voor kort zeer bewonderde vanochtend in de docentenkamer het koningslied – dat dus blijkbaar tóch bestaat – via zijn telefoon ten gehore bracht. Ik kon me er op de vroege ochtend niet toe zetten drie vingers in ieder oor te stoppen en luidkeels “LALALALALA!” te zingen, maar ik ging wel gewoon door met het gesprek waarin ik was verwikkeld, zij het iets luider. Dat kon echter helaas niet voorkomen dat er af en toe iets tot mij doordrong, zonder enig verband, iets met weersomstandigheden, familieleden, dierentuindieren, vlaggen in alle soorten en maten. En ik had me voorgenomen om, mocht het moment daar zijn, niets te ontkennen.

Het goede nieuws is dat ik, in het licht van de recente ontwikkelingen, deze onprettige luisterervaring gewoon weer kan intrekken. Dat is iets anders dan ontkennen. Iets wat bestaat, kun je ontkennen. Wat is ingetrokken, bestaat niet.

Maar dan. ’s Middags, thuis, op de IKEA-bank. Mijn meivakantie is net begonnen. Naast me, op diezelfde bank, zit mijn dochter op haar laptop het wereldwijde web af te speuren naar bikini’s en teenslippers. Volkomen onschuldig, zo lijkt het. In mijn ooghoek zie ik, schermvullend, een Nederlandse vlag met plaatjes van vingers in luchten. Ik zie oranje muzieknoten die op speelse wijze een kroon vormen. Daaronder: het gevreesde woord. Het zeurende geluid van die zeikerd met die speelgoedaccordeon snijdt door mijn ziel. Ik denk: het intro! Het teken om mijn wanhopige angstgezang in te zetten! Maar ik ben verstijfd. Het is te laat. Ik kan niks meer.

Daar zit ik dan. Het moment die ik wist dat zou komen is eindelijk hier.

Er is een grens aan mijn vermogen tot intrekken en die grens is nu vér overschreden. Mijn eigen dochter! Mijn vlees en bloed! Op mijn eigen IKEA-bank! Een dolksteek, recht in mijn hart.

De kruiperige woorden, de zoete tekenfilmmelodie. Het bombastische koper zwelt aan, het is niet meer te stoppen. Maar het ergste moet nog komen. Voor de duidelijkheid: ik begrijp ook wel dat er in ieder Nederlandstalig lied voor een goed of gemeenschappelijk doel waar Marco Borsato aan meedoet een gedeelte moet zitten dat is gevuld met zo’n ratelende voordracht van volslagen onzin waarvan Ali B, Lange Frans en het imaginaire karakter Gers Pardoel denken dat het rap is. Dat begrijp ik, écht, ik ben heus niet wereldvreemd ofzo. En ik zie het heus wel voor me, die twee leeuwen die achter elkaar met die vlag in de zon en de regen een dijk bouwen. Heus wel. Zelfs de dankbaarheid voel ik, dat ik nu eindelijk weet dat je Willem met een W schrijft.

Maar dat maakt het allemaal niet minder erg. De desillusie. Het verraad. De verwarring. Het volk. Het verlies van de onschuld. Ik ben zo emotioneel dat ik geen dramatische woorden meer kan verzinnen.

En toch. Er valt een enorme last van mijn schouders. Een last die ik niet eens wist dat er was, zeg maar.

Eindelijk kan ik meepraten.

getagged:
Posted in: Cultuur