II – Nachtmerrie

Posted on 21 april 2013

0


Zó raar gedroomd.

Er is een koningslied en ik wil het niet horen. Omdat ik bang ben. Je hebt van die vooroordelen die áltijd bevestigd worden. Ondertussen wordt de hele wereld om mij heen verscheurd door afgrijzen, met uitzondering van de meewerkende artiesten en hun debiele fans.

Ik droom dat ik droom dat het koningslied er niet is en het volgende moment is het er ineens niet. Wég. Spoorloos verdwenen in de Bermudadriehoek van licht Nederlandstalig amusement. Niet helemaal spoorloos: er blijft een vage herinnering achter, een verdwaalde nevel van iets wat er nooit is geweest. En dan wil ik het ineens wél horen. Dat kan natuurlijk niet, het bestaat niet, sterker nog, het heeft nooit bestaan. Het heeft geen reden om te bestaan. Een koningslied, belachelijk. Zo’n “We Are The World”-achtig gedrocht zeker, een studio vol om aandacht smekende artiesten die om de beurt een over zichzelf struikelend zinnetje mogen zingen en daar dan van die overdreven geëmotioneerde smoelen bij trekken. Wie wil dat? Ja, die artiesten en hun debiele fans.

Er is nog iets. Je weet hoe dat gaat met dromen, de gebeurtenissen volgen elkaar niet op, ze zijn er gewoon ineens. Een man met vies haar die geen enkele grammaticaal juiste zin kan uitbrengen, bovendien met een bijna onverstaanbaar accent. Een Engelsman? Hij heeft ook iets met het lied te maken, het lied dat niet bestaat en nooit heeft bestaan. Althans, dat maakt mijn onderbewustzijn ervan, want waarom zou een nauwelijks verstaanbare Engelsman iets met een lied voor een Nederlandse Koning van doen hebben?

Ik kan weliswaar niet verstaan wat de Engelsman met het vieze haar duidelijk wil maken, maar ik voel het. En het wordt nog gekker: zijn hoofd verandert voortdurend in andere hoofden, alledaags, oninteressant, vaak met rare oranje feesthoedjes op. Soms zit daar ook ineens Marco Borsato tussen en Paul de Leeuw en iemand die mijn onderbewustzijn zelf heeft verzonnen met de belachelijke naam Gers Pardoel. Al die mensen zijn één en ze zeggen allemaal hetzelfde, zonder woorden: dit lied is van mij!

Dan word ik wakker, badend in het zweet. Ken je dat, zo’n wilde, emotionele droom die nog niet af is en je achterlaat met een onbestemd verlangen, een vage verliefdheid op iets wat onbereikbaar is of helemaal niet bestaat? Dat je de rest van de dag van slag bent, aan niets anders kunt denken? Ook als je met andere dingen bezig bent, blijft het zeuren in je achterhoofd.

Er vormen zich flarden van absurde zinnen en beelden die ik gedroomd moet hebben. Stamppot met een W, drie vingers in je reet, mensen die in regen en wind naast elkaar blijven staan of achter elkaar en dan ineens hun weg verliezen. Surrealistische chaos. Met de beelden groeit het jeukende gevoel dat iedereen het gehoord heeft behalve ik. Dat ik mijn kans heb gemist. Dat het te laat is, dat ik open had moeten staan voor het onbekende.

Maar het is niet te laat. Het komt goed. Want de slechte smaak overwint. Altijd.

getagged:
Posted in: Cultuur