Bodzewo

Posted on 28 januari 2013

0


Het is ongeveer twee uur rijden naar Bodzewo, onze eerste bestemming. We hebben een afspraak om 11 uur, en 11 uur zullen we halen. Niemand die het ons kwalijk zal nemen als we 11 uur niet halen, met de smeltende sneeuw op de wegen, maar een mens moet een doel hebben. Onze hotemetoot rijdt flink door, opgezweept door de instructies van mevrouw geschiedenis op de achterbank. De volgende keer moeten we een auto huren die wél over acceleratie beschikt, want de inhaalmanoeuvres met de Renault Clio lijken eindeloos te duren en de tegenliggers hebben ook geen uren de tijd.

De witte wereld wordt afgewisseld met dappere pogingen om de grauwe communistische blokkendozen een vrolijk aanzien te geven. Appelgroen, citroengeel en de kleur van bedorven fruit. Ieder dorpje ruikt als zware industrie, zwarte bruinkooldampen verlaten de schoorstenen van de woonhuizen, steken over, vertroebelen soms het zicht. En waar in de verste verten geen bewoonde wereld te bekennen is lopen oude mannetjes en jonge vrouwen langs de weg. Ik hoop dat ze het halen, echt. Wat dan ook.

Het is precies 11 uur als we het terrein van het kinderhuis in Bodzewo oprijden. Missie geslaagd, nog nét geen high five. We worden hartelijk verwelkomd door de blonde directrice, die speciaal voor ons SM-laarzen tot haar knieën heeft aangetrokken. Ze wordt geflankeerd door een gebrekkig Nederlands sprekende mevrouw van meer dan middelbare leeftijd en een meneer met een Poolse snor. Onze eigen ambassadeur is er ook, met zijn vrachtwagentje. De tafel is gedekt met kleurige gebakjes. Vėėl.

We eten gebakjes en chocolaatjes, een perfecte mix van vies en lekker. We praten over het kinderhuis, de toekomst, nieuwe regeltjes, het korfbaltaboe in Polen. Meer gebakjes. Daarna worden we rondgeleid langs nieuwe keukens die wij thuis niet hebben, maar wij hebben dan ook geen kinderhuis. We zien de fitnessruimte, met afgedankte apparatuur, want wat niet meer goed genoeg is voor ons, is ook goed genoeg voor Poolse kinderen.

In mei zullen enkelen van mijn collega’s – waaronder meneer natuurkunde – hier voor het zesde achtereenvolgende jaar aan de slag gaan met een groep leerlingen uit vwo 4, in het kader van de maatschappelijke stage. De gelaarsde directrice weet precies wat ze wil: nieuwe IKEA-kasten in de slaapkamers. Daar krijgt ze dan gratis zang, dans en geschilde aardappelen bij, misschien zelfs een potje freefighten tussen rivaliserende Nederlandse docenten. Ja, dat wordt weer een groot succes, let maar op.

Wij weten trouwens ook wat we willen: uitwisselingsprojecten met Europese scholen. We ploegen door de besneeuwde straten van Bodzewo – drie man en nog niet eens een halve paardenkop – naar een schooltje, waar we een besnorde directeur in Adidas-trainingspak en een lichtelijk nerveuze docente Engels ontmoeten. Plannen worden gesmeed, rondleidingen ondergaan. De schooltafels lijken door enorme ratten aangevreten, alles is oud, maar de gymzaal kan zich meten met sportpaleis Ahoy. Aan de kapstok hangen tasjes van ónze school.

Even na tweeën eten we. Na stapels vlees en aardappelen hebben we een nieuw doel: om 5 uur willen we in Wolsztyn zijn.

Posted in: Polska