Ryanair

Posted on 27 januari 2013

0


Een paar jaar geleden vlogen we met een Sikorski S-61-helikopter naar het Britse eiland Tresco, vorig jaar nog koos ik het Poolse luchtruim in een tweepersoons motorglider, maar de Boeing 737-800 van Ryanair is mijn allereerste echte vliegtuig. Al die paniekverhalen die je hoort over krappe beenruimte: in de rij bij de nooduitgang – die we aan mijn bovengemiddelde maar ook weer niet overdreven lichaamslengte te danken hebben – valt het ontzettend mee. Nee, dan de ALDI-kleuren van het interieur, dát is pas erg.

Zo’n eersteklasplaats brengt wel verantwoordelijkheden met zich mee. Als we straks een noodlanding maken, ergens in het Ruhrgebied, is het aan mij om de nooddeur boven de linkervleugel te openen. Er zijn mensenlevens aan mij toevertrouwd. En dan moet ik ook nog onthouden hoe ik het zuurstofmasker opzet en dat ik het zwemvest pas buiten mag opblazen, mochten we doorschieten naar de Baltische Zee, omdat ik anders niet meer door de deuropening kan. Gelukkig maakt de Poolse stewardess met de kattenogen handgebaren bij de uitleg.

In zo’n prijsvechtersvliegtuig beland je trouwens niet zomaar. Eerst moeten we met de auto door een mistroostig dooilandschap naar Charlerois, dan in een lange rij door de douane. We mogen voor die paar tientjes alleen handbagage mee. Het diepvrieszakje met toiletspullen moet uit de tas, op een plastic dienblad, net als de medicijnen, de e-reader, de sleutels (waarom heb ik die bij me?), de telefoon. De jas moet uit, de broekriem af. Alles door de röntgenscanner. Dit is allemaal nieuw voor mij, als we het incidentele bezoek aan een penitentiaire inrichting niet meerekenen. Dankzij mijn betrouwbare voorkomen word ik niet gefouilleerd.

Het opstijgen is leuk. De wereld wordt kleiner en verdwijnt veel te snel in de wolken. Boven de wolken is het aanvankelijk prachtig weer. Ik zie drie andere vliegtuigen, even later alleen nog maar wolk en dodelijke saaiheid. Het personeel biedt sigaretten aan, maar je mag hier niet roken. Het personeel verkoopt loten, we kunnen een Fiat 500 winnen, dan hoeven we niet met het vliegtuig terug. We kunnen ook nog ergens 5 euro op besparen, maar ik kan niet verstaan waar precies op. Ze doen in ieder geval van alles om ervoor te zorgen dat het personeel zich niet verveelt.

Ruim een uur later stijgen de wolken weer op en ontvouwt zich een indrukwekkend sneeuwlandschap. We landen bij een bushalte, waar de bus juist staat te wachten. Er zitten deuren aan beide zijden, dat zie je niet vaak.

De hypermoderne aankomsthal van Copernicus Airport in Wrocław is gebouwd vanwege het EK voetbal van vorig jaar. Is dat stomme spelletje toch nog ergens goed voor. We huren een Renault Clio en begeven ons weer in de vrieskou. Op naar het hotel, dat vlakbij is. Mijn collega’s weten precies wáár. Denken ze. Drie kwartier doen we erover en ik overdrijf nooit. De maagdelijke lak van de Clio moet verschillende bedreigingen doorstaan. Het houdt pas op als hij in de parkeergarage van het Puro Hotel bijna ingeklemd staat tussen vier betonnen pilaren.

Posted in: Polska