Latać

Posted on 24 mei 2012

0


De directeur van het kindertehuis, die blijkbaar iedereen kent, had geregeld dat onze kinderen in een ultralicht vliegtuigje mee mochten vliegen, dan hoefden we alleen de brandstofkosten te betalen. Dat zou gisteren gebeuren. Op het vliegveldje besloot ik dat ik, ondanks mijn voet, ook zou opstijgen, als iedereen geweest was. De pijn viel mee, ik was nog niet naar de dokter geweest. Het weer gooide roet in het eten: te veel turbulentie.

Om zes uur was er een tweede kans voor iedereen die niet aan de beurt was gekomen. Nu was er geen sprake van dat ik mee zou gaan, barstend van de pijn en hondsberoerd. Maar het ging niet door: er kwamen een plechtige diploma-uitreiking en een extra werkshift voor in de plaats. De volgende ochtend was er nog een gelegenheid.

Het wonder geschiedde. Na een zeer goede nachtrust stond ik op zonder pijn, met een voet die er weer een beetje uitzag als een voet. Naar het vliegveld!

Er hadden twee leerlingen nog niet gevlogen. Mijn vrouwelijke collega’s zouden aanvankelijk niet gaan, Lenneke omdat ze hoogtevrees heeft en Iris omdat ze het extreem eng vond. Maar Lenneke had, gesterkt door de lyriek van de leerlingen, de stoute schoenen aangetrokken en ging als eerste. Nu twijfelde zelfs Iris. Die twijfel werd kleiner zodra Lenneke enthousiast op aarde terugkeerde. Te klein om in de weg te zitten.

Op de maximale hoogte sloeg het noodlot toe. De besturing leek  te blokkeren, want het vliegtuigje begon wild rondjes te draaien en… nee, grapje. Ook Iris landde veilig, bleek en bibberig maar ook blij. En trots!

Tijd voor mijn moment. Na een helikoptervlucht naar de Scilly Isles, drie jaar geleden, zou dit de tweede keer in mijn leven worden dat ik de lucht in ging. Ik was een beetje bang dat ik niet zou passen, maar dat viel mee. Het toegestane gewicht van de passagier bedroeg honderddertien kilo, dus er waren er zeker vijf over. Geruststellende gedachte.

De piloot startte de motor, reed naar de andere kant van het veld, keerde, maakte snelheid en daar gingen we. We vlogen. We stegen tot grote hoogten, vol in de wind, schuddend en wiebelend, het landschap onder ons werd een modelspoorbaan, alleen dan zonder spoor. Ik was niet bang geweest, van tevoren, maar ik had er wel rekening mee gehouden dat er soms misschien iets eng zou zijn, het opstijgen, de landing. Er was niets eng, helemaal niets. Het was alleen maar leuk. Het weer was prachtig, de lucht strak blauw. Af en toe hingen we gewoon stil in lucht, misschien omdat de piloot zich had vergist en het totále laadvermogen honderddertien kilo was. Een vlieger aan een touwtje, maar dan zonder touwtje.

Jammer dat we weer gingen landen, maar ook de landing was spectaculair. Je denkt dan dat je er wel een tijdje over doet voordat je beneden bent, maar dat gaat echt heel snel. En toen stond ik weer met beide benen op de grond. Een beetje misselijk, waarschijnlijk door de medicijnen. Maar gelukkig.

Advertenties
Posted in: Autobio, Onderwijs, Polska