Lekarka

Posted on 23 mei 2012

1


Als je in het buitenland bent, is het natuurlijk ontzettend leuk om een dokter te bezoeken. Het is overal weer anders, immers. Heel vaak komt het er gewoon niet van, maar nu, in Polen, heb ik geluk.

Afgelopen maandagmiddag, tijdens het warme middageten – heerlijke gepaneerde portobello’s, exclusief voor de Verenigde Staten gekweekte paddenstoelen – werd ik min of meer per ongeluk aangevallen door een eikenprocessierups die uit de grote eik kwam zeilen. Iemand maakte me direct attent op het harige ondier in mijn nek, zodat ik hem snel weg kon halen, maar de brandhaartjes hadden hun werk al gedaan. De jeukende uitslag kwam bijna direct op, smeren met insectenspul mocht niet meer baten.

De volgende dag, gisteren, had ik er aanvankelijk niet veel aandacht aan besteed, maar waarschijnlijk besloegen de rode bultjes toen ook al een aanzienlijk groter terrein dan de dag ervoor. Wat ik wel zag, was dat mijn rechtervoet lichtelijk was opgezwollen. Ik deed mijn slipper wat losser en toog vervolgens met vijf kinderen – drie van onze school, twee uit het kindertehuis – Wolsztyn in voor een puzzeltocht. Dat was een flink stuk lopen, in de brandende zon. De thermometer liep die dag op tot 30 graden.

Teruggekomen had ik nergens last van, hoewel de zwelling er nog steeds was. ’s Avonds gingen we – drie collega’s, twee Polen en ik – nog even naar de kroeg om twee liter bier per persoon te drinken en de maatschappelijke stage tot nu toe te evalueren. Na middernacht waren we weer terug in de tuin van het tehuis. Toen ik even zat uit te rusten op een picknicktafel, wees een late leerling me erop dat mijn voet toch wel erg dik was. Ongeveer op hetzelfde moment begon een zeurende pijn door de bierroes heen te breken. Uiteindelijk won de roes het. Dacht ik.

Vanochtend zeer vroeg werd ik wakker van mijn eigen gekrab aan mijn hals. Of was het de stekende, kloppende pijn in mijn voet? Het berglandschap op mijn borst en in mijn nek had groteske vormen aangenomen, mijn rechtervoet was twee keer zo groot als de linker. Minstens. Een olifantenvoet. Ik kon er nauwelijks meer op staan.

Ja, en toen moest ik naar de dokter, van mijn vrouwelijke collega’s. Benon, de grote initiator van dit project, maakte een afspraak voor me en begeleidde me als tolk. Veel te lang zaten we in de wachtkamer, tussen bizarre deuren, bekleed met rimpelig leer van oude vrouwen – Benons woorden – waar je zo te zien keihard tegenaan kon lopen, want het veerde mee. Ik wilde alleen maar slapen.

De bepaald niet onaantrekkelijke vrouwelijke arts stelde de diagnose – allergische reactie op een insectenbeet – en schreef me medicijnen voor. Via een venijnige injectiespuit werd er Dexaven in mijn kont gepompt – weer een pijnlijke plek – en verder kreeg ik twee kuurtjes, Telfexo en Hydrocortison. En, heel belangrijk: rust. Geen zwaar werk meer voor mij, dus. En daar heb ik nog niet eens over verteld.

Op de terugweg naar het huis kreeg ik een ijsje van Benon. Omdat ik zo flink was geweest.

Posted in: Autobio, Onderwijs, Polska