Márcia

Posted on 15 maart 2012

3


Er zijn momenten dat ik twijfel over mijn beroepskeuze. Momenten waarop ik denk dat die pubers mij alleen maar als de vijand zien. Mij én zichzelf. Heel veel kunnen maar niets willen: doodmoe word ik ervan, soms. En de buitenwereld maar zeiken dat ik te veel vakantiedagen heb.

En dan zijn er de momenten dat ik weet dat ik het mis had op die andere momenten. Dat ik weer zie hoe het écht zit: pubers hangen nu eenmaal de puber uit, daar zijn ze pubers voor, maar ze hebben iets in hun mars. Het zijn echte mensen. Niet allemaal, natuurlijk, maar de meeste.

In mijn vwo3-klas zitten vier jongens en twintig meisjes. Een van die meisjes, Márcia, vluchtte elf jaar geleden met haar ouders en haar zus van Angola naar Nederland. Drie jaar was ze toen. Ze doorliep de basisschool, begon op het vmbo, stootte door naar het vwo. Ze wil advocaat worden. Een belofte.

Deze week heerste er een bedompte sfeer in de klas. Márcia had te horen gekregen dat haar gezin, na elf jaar nog altijd gevestigd in een asielzoekerscentrum, volgende week moest verhuizen naar het uitzetcentrum in Katwijk. Een gevangenis, niets minder. En daarna: terug naar Angola.

We waren toevallig net begonnen met het schriftelijk betoog en de meisjes hadden een idee. Vergeet de opdrachten uit het lesboek, we bedenken onze eigen stelling: Márcia moet blijven. We schrijven een brief en die geven we aan de advocaat.

De argumenten kwamen als vanzelf, vulden het hele schoolbord en het hele blokuur. Veel vrienden hier, geen familie of vrienden daar, terwijl je die nu juist nodig hebt als je ergens opnieuw begint. Perfecte beheersing van de Nederlandse taal tegenover gebrekkig Portugees. Een halve vwo-opleiding die ineens waardeloos is. Corruptie op Angolese scholen. Gevaar voor vader, een militair die het niet eens was met het regime. Fouten in de asielaanvraag door de vorige advocaat. Haar broertje is hier geboren. De onmenselijkheid van elf jaar wachten. En: Márcia is een aanwinst voor Nederland.

Nooit zag ik ze zo gemotiveerd. Eerder vroeg ik me af wat ik moest zeggen tegen dat meisje, nu ging het vanzelf, zaten we er met de hele klas over te praten. Een paar meisjes namen het voortouw, maar iedereen had iets bij te dragen. De taken werden verdeeld: groepjes die zich bezighielden met de inleiding, de sociale aspecten, arbeids- en studieperspectief, veiligheid. Ik schreef dingen op het bord, structureerde de boel een beetje, meer hoefde ik niet te doen.

Een dag later waren alle stukjes samengesmeed tot een vrijwel foutloze brief. De advocaat was enthousiast, dacht dat het zeker zou helpen. Dat zei hij althans, alle argumenten had hij ontgetwijfeld zelf ook al bedacht en daarbij: minister Leers heeft het niet zo op argumenten. Regels zijn regels, immers, dat het slechte regels zijn is een detail.

Nee, dit zijn geen verveelde, ongeïnteresseerde, ongemotiveerde pubers. Dit zijn mensen die opkomen voor iemand die hen dierbaar is, mensen die niet tegen onrecht kunnen. Aanwinsten voor Nederland. Net als Márcia.