Literatuur

Posted on 18 maart 2011

1


Met alle collega’s van de sectie Nederlands ben ik in De Doelen, Rotterdam, om de leerlingen van vwo 4 onder te dompelen in literatuur. Verzuipen is een beter woord. Verzuipen in de literatuur op De Dag Van De Literatuur: een mooi einde.

Aandoenlijke kakscholieren uit Den Haag praten op een podium met drie schrijvers. Robert Vuijsje is in het echt slanker dan op de televisie, Abdelkader Benali kaler dan in de krant. Vuijsje en Benali doen bij toerbeurt Hans Sahar na, die niet is komen opdagen. Dat doen ze goed, hoewel ik niet zeker weet of Hans Sahar het met me eens zou zijn.

Niet lang daarna ondergaat een idool van vroeger nog geen vijf meter voor me een spontane photoshoot. Herman Brusselmans is in het echt kleiner dan in zijn boeken. P.F. Thomése lijkt in het echt veel meer op Art Garfunkel dan Renate Dorrestein en Herman Brusselmans samen. De scholieren komen deze keer uit Breda, dus dat kan alleen maar meevallen.

Op weg naar het volgende spektakel kom ik Joost Zwagerman tegen, die in het echt veel minder op zichzelf lijkt. Ik ga me een half uur vergapen aan Anna Drijver. Rene Mioch en Kluun – die in het echt helemaal niet op Barry Atsma lijkt – neem ik op de koop toe. Ik dacht dat de dag niet meer stuk kon, maar Anna Drijver blijkt ziek. De dag kan nog heel goed stuk.

In de grote zaal spreekt Herman Brusselmans. Op het enorme scherm lijkt hij juist veel groter dan in zijn boeken, in tegenstelling tot de Vlaamse dichter Stijn Vranken, die kleiner is dan iedereen die ik ken. Honderden pubers praten dwars door Brusselmans heen, maar gelukkig hebben zij géén microfoon. Dolf Jansen jammer genoeg wel.

Scholieren uit Apeldoorn verdienen ook een kans. Die krijgen ze met Kluun, Kees van Beijnum – in het echt nog gewoner dan de vorige keer – en een Belgische mevrouw zonder Facebook. Als je geen Facebook hebt, moet je ook niet verwachten dat ik je naam kan onthouden.

Ik heb geen zin meer om op te staan, dus ik blijf zitten en ik zie wel wat er komt. De hoofdredacteur van een onduidelijk blad kondigt een saai ogende mevrouw aan die leuke tekeningen maakt. Daarna betreedt Ingmar Heytze als een oud mannetje het podium, ik denk even dat hij acteert maar hij is gewoon zichzelf. Peter de Wit sluit af met een gortdroge, hilarische presentatie, niet gehinderd door homo-roepende randdebielen uit Eindhoven.

Na afloop steken we de banden van de bus uit Eindhoven lek. Dat is toch het minste wat we kunnen doen, voor de literatuur.

Een week na de tsunami in Japan, op het hoogtepunt van de nucleaire crisis – de witte rook komt weer uit de schoorsteen, wat heeft de paus daar te zoeken? – eten we sushi op de West Blaak. Collega’s die, tussen de Japanners, Japanners imiteren: de sake heeft zijn werk gedaan. En dat liedje van Gruppo Sportivo wil ook maar niet uit mijn hoofd.

 

Met alle collega’s van de sectie Nederlands ben ik in De Doelen, Rotterdam, om de leerlingen van vwo 4 onder te dompelen in literatuur. Verzuipen is een beter woord. Verzuipen in de literatuur op De Dag Van De Literatuur: een mooi einde.

Aandoenlijke kakscholieren uit Den Haag praten op een podium met drie schrijvers. Robert Vuijsje is in het echt slanker dan op de televisie, Abdelkader Benali kaler dan in de krant. Vuijsje en Benali doen bij toerbeurt Hans Sahar na, die niet is komen opdagen. Dat doen ze goed, hoewel ik niet zeker weet of Hans Sahar het met me eens zou zijn.

Niet lang daarna ondergaat een idool van vroeger nog geen vijf meter voor me een spontane photoshoot. Herman Brusselmans is in het echt kleiner dan in zijn boeken. P.F. Thomése lijkt in het echt veel meer op Art Garfunkel dan Renate Dorrestein en Herman Brusselmans samen. De scholieren komen deze keer uit Breda, dus dat kan alleen maar meevallen.

Op weg naar het volgende spektakel kom in Joost Zwagerman tegen, die in het echt veel minder op zichzelf lijkt. Ik ga me een half uur vergapen aan Anna Drijver. Rene Mioch en Kluun – die in het echt helemaal niet op Barry Atsma lijkt – neem ik op de koop toe. Ik dacht dat de dag niet meer stuk kon, maar Anna Drijver blijkt ziek. De dag kan nog heel goed stuk.

In de grote zaal spreekt Herman Brusselmans. Op het enorme scherm lijkt hij juist veel groter dan in zijn boeken, in tegenstelling tot de Vlaamse dichter Stijn Vranken, die kleiner is dan iedereen die ik ken. Honderden pubers praten dwars door Brusselmans heen, maar gelukkig hebben zij géén microfoon. Dolf Jansen jammer genoeg wel.

Scholieren uit Apeldoorn verdienen ook een kans. Die krijgen ze met Kluun, Kees van Beijnum – in het echt nog gewoner dan de vorige keer – en een Belgische mevrouw zonder Facebook. Als je geen Facebook hebt, moet je ook niet verwachten dat ik je naam kan onthouden.

Ik heb geen zin meer om op te staan, dus ik blijf zitten en ik zie wel wat er komt. De hoofdredacteur van een onduidelijk blad kondigt een saai ogende mevrouw aan die leuke tekeningen maakt. Daarna betreedt Ingmar Heytze als een oud mannetje het podium, ik denk even dat hij acteert maar hij is gewoon zichzelf. Peter de Wit sluit af met een gortdroge, hilarische presentatie, niet gehinderd door homo-roepende randdebielen uit Eindhoven.

Na afloop steken we de banden van de bus uit Eindhoven lek. Dat is toch het minste wat we kunnen doen, voor de literatuur.

Een week na de tsunami in Japan, op het hoogtepunt van de nucleaire crisis – de witte rook komt weer uit de schoorsteen, wat heeft de paus daar te zoeken? – eten we sushi op de West Blaak. Collega’s die, tussen de Japanners, Japanners imiteren: de sake heeft zijn werk gedaan. En dat liedje van Gruppo Sportivo wil ook maar niet uit mijn hoofd.

Posted in: Onderwijs, Taalteleur