Hellevuur

Posted on 6 januari 2011

0


Dordrecht. Een pittoresk stadje onder de zwarte rook van Moerdijk, het Mordor van de bovenwereld. Zo pittoresk dat het zich nog in de eerste helft van de twintigste eeuw lijkt te bevinden: het luchtalarm doet het alleen op de eerste maandag van de maand, om twaalf uur precies.

De avond is nog jong, maar het is aardedonker. De lantaarns zijn gedoofd, er is al genoeg vuur. Het is stil op straat. Geen nieuws: het is altijd stil op straat. De hardwerkende, vaak nauwelijks verstaanbare eilandbewoners zitten rond hun haardvuren, ramen en deuren gesloten, als het advies van de stamvader ze tenminste heeft bereikt. De dorpsomroeper heeft zijn best gedaan, maar ergens op zijn route is hij bezweken onder het gif, of een huis in getrokken voor een borrel of een brute verkrachting.

De miezerregen laat een naar verbrand plastic stinkend laagje achter op de straatklinkers en geparkeerde rijtuigen. Even wordt de stilte doorbroken door een paar spelende kinderen, op hun blote voetjes hink-stap-springend van de ene borrelende plas in de andere, zingend: “Het regent, het regent, de pannetjes worden zwart.” Als hun ouders over een breedbandverbinding hadden beschikt, bij voorkeur via glasvezel, hadden ze op crisis.nl kunnen lezen dat het niet verstandig was om naar buiten te gaan en al helemaal niet op blote voetjes. Als crisis.nl er niet uit had gelegen en glasvezel al was uitgevonden, in Dordrecht.

De eilandbewoners zijn somber. Nauwelijks een week geleden ging het dorp nog gebukt onder de terreur van huisjesmelkers die hier en daar een explosief plaatsten, of iets wat ervoor moest doorgaan, en daar dan melding van deden, in een laffe en, helaas, succesvolle poging de godvrezende gemeenschap te ontwrichten. Een zogenaamde bommelding, een woord dat door geen enkele autochtoon correct uitgesproken kan worden. Eerder waren er al dienstrijtuigen van de stadhouder in brand gestoken en had de postbode – ja, die kennen ze nog, daar in Dordrecht – karabijnpatronen bezorgd bij medewerkers van het stadsbestuur. Niemand in het stadje die er ook maar enig idee van heeft welk motief er achter deze daden zat, want het zijn simpele lieden.

Maar gek zijn ze niet. Zijn het die verdraaide huisjesmelkers die het vuur in Moerdijk flink hebben opgestookt om, in een tijdperk waarin de populariteit van dekens hoogtij viert – snelheidsdekens, blusdekens, noem ze allemaal maar op – hun geliefde stad onder een dikke asdeken te laten verdwijnen? Of zijn het toch de paalrotlobbyisten, die eindelijk een andere manier denken te hebben gevonden om tot de Oost-Indisch dove stadsbestuurders door te dringen?

Nee. Het is God zelve, met een waarschuwing tegen de bandeloosheid. Gevolgd door een geruststelling: de burgervader is afgedaald uit zijn luchtkasteel en heeft, in een voor de verzamelde minstrelen belegde bijeenkomst, verklaard dat de rookwolken weliswaar vies ruiken en smerige, onuitwasbare vlekken achterlaten, maar geen gevaar vormen voor de volksgezondheid.

En wat is de wijze, stichtelijke les die we hebben geleerd? Dat zo’n boerka nog best handig kan zijn, want op een gegeven moment moet je toch de hond uitlaten.

Posted in: Nu nog actueler