Springkussen

Posted on 26 augustus 2009

0


Afgelopen zaterdag was ik met het hele gezin aan het partycrashen. Niet geheel vrijwillig: enkele huismoeders uit de wijk waarin mijn schoonmoeder woont hadden, met subsidie van de burgemeester zelve, een buurtfeest georganiseerd op het openbare basketbalveld en mijn schoonmoeder had onze kinderen meegesleept. Er was een springkussen en een batterij barbecues, er waren lange houten tafels en banken en er was wijn.

De wijk van mijn schoonmoeder grenst aan die van ons. Eigenlijk is het gewoon dezelfde wijk, maar onze arbeidersstraat was niet uitgenodigd. Een hele opluchting, aanvankelijk, maar daar heb je weinig aan als de schoonmoeder in kwestie erop staat dat we tóch komen. Nou, vooruit, eventjes dan.

De straat van mijn schoonmoeder is omringd door statige herenhuizen, waarin huisvrouwen van stand wonen die aan liefdadigheid doen. Coltruien breien voor giraffen die bevattelijk zijn voor keelontsteking, dat soort dingen. De straat van mijn schoonmoeder, met louter bescheiden huurwoningen, zit daar een beetje tussenin geprakt. Maar je kunt moeilijk die ene, mindere straat niet uitnodigen, hoewel ze het plaatselijke kraakpand ook links hebben laten liggen.

Daar zaten we dan. De kinderen amuseerden zich op het springkussen, de mannen van middelbare leeftijd barbecueden, de vrouwen van middelbare leeftijd converseerden, rosétje in de hand. Het is niet ondenkbaar dat een deel van de conversaties over ons ging. “Wat doen die lui hier? We zouden de krakers toch niet uitnodigen?” Mijn wederhelft converseerde vrolijk mee, terwijl ik de rosé opdronk. Je moet wat.

We zijn niet gelyncht, zelfs niet écht weggekeken, het kon beslist erger. Twee dagen later keek ik, na een anonieme tip, naar Hart van Nederland. Dat is, voor iedereen die het niet weet of net doet alsof, een soort actualiteitenprogramma met klein nieuws op SBS6. En daar kwam ineens het springkussen in beeld.

“Dit zijn de laatste foto’s van het springkussen,” zei de commentaarstem, “de kinderen hadden er het afgelopen weekend de grootste lol mee. Gisteravond werd het opgevouwen en met een fietsslot vastgezet, vanmorgen was het ineens weg.” En daar was één van de geschokte organiserende dames. “Ik had echt zoiets: nee, dat kan niet!” riep ze uit, waarna enkele buurtkinderen de werking van een springkussen uitlegden. En nog meer foto’s. Met, jawel, onze kinderen. En schoonmoe.

We zijn niet als verdachten aangemerkt voor de springkussendiefstal. Althans, niet officieel. Of de politie is, geassisteerd door de buurtwacht, naar ons op zoek, dat kan ook. En schoonmoe blijft met klem ontkennen dat ze ons kent. “Die foto’s bewijzen niets!”

Zelf gok ik op de krakers. En geef ze eens ongelijk. Midden in een wijk wonen en dan niet op het buurtfeest worden uitgenodigd, dat pik je toch niet? Aan die saté heb je misschien niet zo veel, als overtuigd veganist, maar je draagt toch ook je steentje bij? Je doet iets aan de woningnood, gaat het verval van een welhaast monumentaal pand tegen en dan mag je niet eens een glaasje wijn meedrinken? Je zou voor minder een opblaasbaar kasteel jatten.

Maar ze hadden het ook gewoon kunnen kraken.