Gaan!

Posted on 3 juli 2009

0


Het is nu zeker: ik stem nooit meer PvdA.

Toen ik de kop “Geen zomervakantie PvdA” las, in de digitale krant, vond ik het nog zielig. Geen zomervakantie, daar moet je niet aan denken, dat gun je werkelijk niemand. Maar toen zei partijvoorzitter Lilianne Ploumen iets. Wat ze zei, was als een zwart gat: het slorpte mijn medelijden in één keer op.

“Ik wil er juist in deze tijd schouder aan schouder met Wouter Bos voor gaan.”

Misschien ben ik een soort Don Quichot in deze, maar “ervoor gaan” vind ik de lelijkste taaluiting ooit. (Op de voet gevolgd door “ik heb zoiets van”, hoewel de combinatie “Ik heb zoiets van: we gaan ervoor” helemaal onbetaalbaar is.) Dat vond ik toen het tientallen jaren geleden de kop opstak en dat vind ik nog steeds. Ga ervoor, letterlijke vertaling van het Amerikaanse Go for it, wat bijna net zo lelijk is. Doet me aan Wham! denken, ook. Ik wen er wel aan, dacht ik toen nog. Fout.

Ik had de gewoonte om mensen die “we gaan ervoor!” tegen me riepen afwachtend en enigszins schaapachtig aan te kijken, hen de gelegenheid biedend hun zin af te maken. Wat ze natuurlijk nooit deden. Waarop ik vroeg: “Waar naartoe?” Je zag dan de schaapachtigheid overspringen van mij naar mijn gesprekspartner. “We gaan ervoor naar de Aldi? We gaan ervoor zwemmen en erna nog wat drinken? Waar gaan we naartoe? En waarvoor eigenlijk? Of gaan we ervoor sparen? Wat is nou de bedoeling?”

Dat doe ik nu niet meer. Vechten tegen de bierkaai. Ik heb me voorgenomen het nooit zélf te zeggen, behalve om te betogen dat het de lelijkste taaluiting ooit is. Ik probeer het mijn kinderen mee te geven, maar daar komt vroeg of laat diezelfde bierkaai om de hoek kijken.

Het ergste is, dat het vroeger voornamelijk dj’s, reclamejongens en Veronica-leden waren die ervoor gingen. Tegenwoordig gaan zelfs voorzitters van politieke partijen voor van alles en nog wat, hoewel niemand dus weet waar ze naartoe gaan en meestal ook niet waarvóór. Bij het CDA zeggen ze het ook, Google maar op “we gaan ervoor” en Verhagen. Of Balkenende.

Zijsprongetje: waar ze niet voor gaan, in Den Haag, is het voorstel van minister Cramer om de regels voor vrij bouwen in de achtertuin te verruimen. Dat zou tienduizenden vergunningen per jaar schelen, dus veel minder administratieve rompslomp voor de burger én de gemeente. Maar zelfs de Partij voor de Dieren is tegen en dat snap ik niet. Enorme konijnenhokken, dát is wat de burger wil, zodat de konijnen volop de ruimte hebben. Maar als je er een vergunning voor nodig hebt, dan begint geen mens eraan. Dan laten we die benauwde stinkhokken wel staan. Hebben ze een keer een paar zetels, doen ze er niks mee. Gaat Marianne Thieme nog ergens voor?

Maar goed. Wat maak ik me druk. Het is mooi weer. We gaan ervoor. In de tuin zitten, dus. In de hangmat. Op de plek die eigenlijk voor de konijnen was.