Kak

Posted on 2 juni 2009

0


Het plan bezorgde me een slapeloze nacht. We zouden met het hele gezin naar Zandvoort rijden, op Tweede Pinksterdag. Parkeren bij het circuit, de vrouwen naar het strand, de mannen naar de Pinksterraces. Zomerse temperaturen, topdrukte in het verschiet.

Ik ben dus niet erg uitgeslapen als we om negen uur ’s ochtends vertrekken. Pas in Aerdenhout begint het oponthoud. Nog geen fractie van wat we hadden verwacht. Omstreeks half elf komen we aan bij de parkeerplaats van het circuit. Waar we niet op mogen, hoewel het digitale bord aangeeft dat er nog plek is. Datzelfde geldt voor de vier of vijf parkeerplaatsen daarna. Kilometers raken we verwijderd van ons doel, in de zoektocht naar een parkeerplaats. Uiteindelijk vinden we er een op de boulevard. Dat wordt een uur teruglopen, minimaal.

Ook dat valt mee. Blijkbaar hebben we een rondje gereden: de wandeling naar het circuit duurt hooguit twintig minuten. Op de parkeerplaats die we niet mochten betreden is inderdaad plek zat. Vreemd. Maar goed, we zijn er, terwijl de vrouwen zich nog niet eens behoorlijk op het strand hebben geïnstalleerd. Op naar de paddock!

De paddock, dat is het uitgestrekte gebied binnen het circuit waar de racewagens staan, waar de coureurs en de hotemetoten op scootertjes toeterend heen en weer rijden, waar de sponsors hun VIP-gasten volgieten, waar de Bentleys, Maserati’s en Ferrari’s van diezelfde VIP’s broederlijk zij aan zij staan met de Alfa-Romeo van Bernard van Oranje en waar de breedgeschouderde beveiligingspipo’s het plebs uit de buurt van gratis drank houden.

Het is ook het domein van roze, geel, lichtblauw gestreepte poloshirts van Ralph Lauren en State of Art, loafers zonder sokken, Gaastra-bodywarmers, rode broeken en hete aardappelen. Arrogante oogopslag en oeverloos gelal zijn er tot kunst verheven. Zakenrelaties en zeilmaatjes, bier of champagne in de hand, gebroederlijk op de foto met de pitspoezen, zo’n beetje de enige vrouwen in de wijde omgeving. Zuipen, patsen en netwerken. Niemand die er geïnteresseerd is in de rijkeluiszoontjes die hun van pappie gekregen Porsches, BMW’s en Corvettes over het circuit jagen. Ook pappie niet.

Wij natuurlijk wel. Nou ja, niet zozeer de Porsches en BMW’s en de rijkeluiszoontjes al helemaal niet, meer de beschaafd ronkende Aston Martins, maar dat doet er verder niet toe. Eerdergenoemde Bernard van Oranje zou achter het stuur van één van de Ford Mustangs zitten en ook broer Pieter Christiaan schijnt er iets mee van doen te hebben. We nemen plaats op een duin met uitzicht op de Tarzanbocht, de racewagens vliegen ons om de oren, de V8-motoren brullen, zoonlief geniet dus ik ook.

Om een uur of drie hebben we het wel weer gehad met de kouwe kak. We slenteren terug naar het strand, voegen ons bij de vrouwen, eten kibbeling met saus en zand. Dan zoeken we de auto weer op. De eerste drie kilometers kosten ons een uur, de volgende drie doen we in een half uur en nog een uur voor de laatste vierennegentig. In de straat is gewoon plek, pal voor de deur.

Posted in: Autobio, Automotief