Leraar

Posted on 24 november 2007

0


Nou, vooruit, laat ik het maar toegeven: ik ben leraar. Op een middelbare school, drie dagen per week. Jawel, parttime. Zodat de zorg voor de kinderen verdeeld kan worden. Vroeger iets bewonderenswaardigs, tegenwoordig voor sommigen nog net geen scheldwoord. Voor anderen ruimschoots.

Iedereen zal zich mijn blijdschap hebben kunnen voorstellen toen ik gisterochtend de krant onder ogen kreeg. Lerarensalaris omhoog door hoger collegegeld. Het nieuwste wapen in de strijd tegen het dreigende lerarentekort. Niet alleen effectief bij het aantrekken van nieuwe leraren, ook bij het behouden van de oude. Van mij. Dacht ik. Even.

Al gauw lees ik dat studenten – dus ook de ouders van studenten – en oudere leraren de rekening betalen. Geen probleem, ik heb geen studenten thuis en een oudere leraar ben ik ook nog niet. Denk ik althans. ‘Ik sta hier als een vrolijk mens,’ zegt Plasterk. Ik zie hem staan, Plasterk, als vrolijk mens. Gauw verder lezen dan maar. Eigenlijk heb ik geen zin meer, maar soms moet het gewoon even.

Juist. Nu weet ik hoe het torenhoge salaris tot mij zal komen. Het zal ieder jaar wat sneller stijgen dan voorheen, zodat ik ook sneller op mijn maximum zit. Hetzelfde maximum dus waar ik anders ook op was uitgekomen. Sterker nog: hetzelfde maximum dat ik jaren geleden al heb bereikt. Ben ik dan toch een oudere leraar?

Nee, een oudere leraar ben ik pas over een jaar of tien. Dan moet ik een deel van de extra vrije dagen, waar ik al mijn hele ‘carrière’ reikhalzend naar uitkijk, inleveren. Maar dat is dan ook alles: de rest moet uit het hogere collegegeld komen. Mijn kinderen zijn dan 17 en 19, dus dat treft.

O ja, dat vergeet ik bijna: ik kan wel meer gaan verdienen. Door bijscholing! Daarom ben ik immers parttime gaan werken. Heus niet omdat ik dan zogenaamd meer tijd zou hebben voor mijn gezin, of om een centje bij te verdienen, of af en toe een boek te lezen. Nee, omdat ik dan lekker twee hele dagen per week heb om bij te scholen!

Ik had natuurlijk meteen moeten doorstuderen. Dan lag er een ‘extra bonus’ in het verschiet. Misschien wel een eigen lerarenkamer voor doctorandussen! Ongestoord bomen opzetten over verre vakanties met gelijkverdienenden, zonder steeds in de rede te worden gevallen door die arme tweedegraads sloebers.

Bij deze doe ik een oproep aan alle leraren die al op hun maximum zitten, niet universitair geschoold zijn en naast hun trieste onderwijzende bestaan een écht leven hebben, dat niet in het teken staat van bijscholing: zoek een leuk baantje. Op een reclamebureau, bij een krant, in een winkel, op de vuilniswagen van mijn part. In ieder geval iets zonder pubers. Of begin voor uzelf. Allemaal tegelijk. Zou dat niet prachtig zijn? Dan kan onze vrolijke Ronald Plasterk die enorme berg geld die hij ineens overhoudt zo naar de nieuwe aanwas schuiven.

Hou er gewoon mee op. Máák iets van uw leven. Dat is in ieder geval wat ik ga doen. Ik wil eruit!