Praatje

Posted on 15 juli 2006

0


“Weertje he, buurman?”

Wat je zegt, buurman. Weertje. Geen speld tussen te krijgen.

Ik moet erlangs, als ik van de sanitaire voorzieningen gebruik wil maken. Het kan niet anders. Alternatieve routes genoeg, daar niet van, maar die komen alleen langs méér buurmannen. Buurvrouwen, ook, maar die houden – geheel in tegenstelling tot het heersende beeld van De Vrouw in de ogen van De Man – beduidend vaker hun mond. Ja, als het eenmaal op gang is gekomen, dan gaan ze zich ermee zitten bemoeien, met ijzersterke oneliners als “Ja, zo zou het elke dag wel mogen zijn,” of “De hele dag regen is ook maar niks.”

Van zonsopgang tot zonsondergang de plas ophouden of alleen gebruik maken van de Porta Potti in de voortent: ook geen opties. Ze komen gewoon naar je toe. Als er een praatje gemaakt moet worden, dan moet er een praatje gemaakt worden. Het is niet anders.

De buurman uit Hoogeveen bijvoorbeeld, met de Kip. Ik heb het dan niet over zijn echtgenote maar over het merk van zijn caravan. De echtgenote ken ik niet goed genoeg.

(Even tussendoor: er loopt een echtpaar met een enorme kooi over de camping, met daarin een kanarievogeltje. De man heeft een stijf been, het rechter.)

De buurman met de Kip vraagt hoe het kan dat er op onze caravan een donkerblauwe nummerplaat zit, in plaats van een gele. Ik doe hem de legaliteit van deze constructie uit de doeken. Dan begint hij over de voortent: of deze net zo oud is als de caravan. Ik bevestig, voeg uit beleefdheid toe dat hij helemaal op is, bij het minste of geringste scheurt en vervangen moet worden, áls we de caravan al houden, maar het interesseert hem niet.

Het was slechts een geraffineerd bruggetje naar zijn eigen voortent, de incompetentie van de dealer waar hij hem heeft gekocht, de tweede voortent die hij er wel bij heeft moeten kopen omdat de eerste niet goed was en voortdurend in reparatie, de ondeugdelijkheid van die reparaties, nog maar een keer de incompetentie van de dealer, zijn intense gevoel van tevredenheid toen hij na anderhalf jaar gezeur en gezeik een nieuwe, grotere tent kreeg – waar ook weer van alles mee mis was, maar je kunt niet overal over vallen – en het prijsverschil met de dealer mocht delen. Terwijl ik dan denk: ik had anderhalf jaar geleden mijn geld al terug gewild en dan was ik ergens anders heengegaan, als ik de meneer met de Kip uit Hoogeveen was.

Maar ik zeg het niet.

Waarom zeg ik het niet? Omdat ik zo snel mogelijk terug wil keren naar mijn stoel, mijn schaduwplekje, naar het verdraaid interessante artikel over vreemdgaan in het Volkskrant Magazine, naar de fijne muziek op mijn Walkmantelefoon, de rust, het boek, de vakantie. Omdat ik naar de parachutisten wil kijken, de zweefvliegtuigen, mijn spelende kinderen. Omdat ik me met mijn eigen zaken wil bemoeien.

Toch gek: ik heb een bijna onbedwingbare behoefte om een praatje te gaan maken met een buurman. Over een kanarievogeltje.

Posted in: Vakantioneel