De Kern

Posted on 11 juli 2006

0


In de dorpskern van Twello parkeren we de auto voor een appelgroene lunchroom. We hebben honger, maar dit ziet er meer uit als een telefoonwinkel. Toch maar even verder kijken.

Na vijf minuten wint de honger het van de goede smaak: we gaan terug. De gevel van lunchroom en atelier De Kern is strak, antracietgrijs, met groene en witte cirkels op het grote glasoppervlak. Boven het glas hangt het dikke, groene, ronde, gezichtsbepalende afdak. Een jongedame met een poloshirt in hetzelfde groen wast de ramen.

Binnen is het ook fel groen, maar nu met blauw en zo te zien splinternieuw. De grote cirkels komen terug op het blauwe tapijt. Aan de groene rechterwand is een lavendelblauw wandrek gemonteerd, met een uitstalling van allerhande kunstige knutselwerken. Vazen, theepotten, spiegels, sieraden, klokken, kaarsen. Papier-maché en kleurige schilderingen. Hier zit liefde in.

Een kleine, gezette vrouw met een bril geeft ons een bestellijstje en een pen: we moeten het zelf invullen. De serveerster – Annet, in hetzelfde groen – vertoont de uiterlijke kenmerken van iemand met het syndroom van Down. Wat opvalt: een deel van de klandizie ook.

We bestellen tosti’s, uitsmijters, soep van de dag, broodjes filet americain. De wachttijden zijn ruimbemeten, zodat we op ons gemak kunnen rondkijken. Tassen, kaarsen, onderzetters. We hebben geen haast, alleen honger. Het ramenzemende meisje – Bettine, groen – staat nu achter het buffet, houdt ons bestellijstje twee centimeter van haar ogen. Dan zullen de ramen ook wel gedetailleerd zijn gedaan.

Lunchroom en atelier De Kern is, zo staat op een ingelijst briefje tussen de kunststukken te lezen, een onderdeel van Stichting Zozijn, voor mensen met een beperking. Het personeel kan veelal niet lezen, vandaar de bestellijstjes. Wél knutselen. Het etablissement bestaat volgens de bedrijfsleidster – groen – nu een half jaar, hoewel Bettine het op een jaar houdt. Achter de lunchroom bevindt zich het creatieve atelier.

Op haar gemak brengt Annet de bestellingen, één voor één. Curry bij de tosti’s, niet bij de uitsmijter. We eten het met smaak. Wat de kinderen niet opkrijgen gaat bij mij naar binnen.

De objecten zijn te koop, de kinderen mogen iets uitzoeken. Mijn zoon laat zijn oog vallen op een geel, vrolijk gewelfd plankje waarop twee knijpers zijn gelijmd, gemaskeerd door rode en groene bloemen. Een memohouder. Dochterlief ziet meer in een abstract bruin met zwart beschilderd geurzakje, lavendel, maar het blijkt anijs.

Ik reken af bij de bedrijfsleidster. Pinnen, graag. Bettine en de bedrijfsleidster bakkeleien over het wel of niet aangemeld zijn van de pinautomaat. Na diverse pinpogingen – mijn geduld is voor de verandering van massief ijzer – geven we het op: dan maar contant. De bedrijfsleidster wijt het aan het feit dat de pinautomaat bijna niet wordt gebruikt. De enige beperking van de bedrijfsleidster is dat ze niet met een pinautomaat kan omgaan. Mijn fooi wordt dankbaar door Bettine in de fooienpot gedeponeerd. Annet zie ik niet meer.

In de etalage staat een zelfgebreide wuppie, Uppie genaamd. We vervolgen voldaan onze weg. Mijn dochter vraagt waarom ik vijf euro te veel heb betaald.

Posted in: Vakantioneel