Vakantie

Posted on 10 juli 2006

0


Ik hoef niets.

Ja, dit stukje schrijven. Maar dat moet ik van mezelf, dat telt niet.

’s Ochtends om acht uur mijn krantje halen op het kantoortje van de boer, als hij al in het rek ligt. Als hij er nog niet ligt: aan de grote koperen bel trekken. De boer ertoe bewegen het pad af te lopen, de krant uit de brievenbus te halen, weet terug te lopen, de krant aan mij te geven.

De krant lezen.

De parasolhouder met bovennatuurlijke kracht in de stugge grond boren. De parasol – die grote, van thuis – in de parasolhouder plaatsen. Eronder gaan zitten. De leuning laten zakken.

Mijn zoon leren fietsen. Ontdekken dat zijn zus dat al heeft gedaan. Grote jongen. Grote meid. Het fietsen van mijn zoon met de camcorder vastleggen. Trots op hem zijn, en op zijn zus.

Af en toe iets eten, iets drinken, om verhongering en uitdroging tegen te gaan. De kinderen motiveren hetzelfde te doen. Diezelfde kinderen naar de boer sturen om ijsjes te kopen: voor mij een nep-Magnum met nootjes. Het jammer vinden dat de boer geen echte Magnums meer heeft, en Cornetto’s.

Naar het erf lopen om dingetjes te kopen in de rijdende winkel. Constateren dat de winkel op maandag niet rijdt.

De telefoon opnemen. Met mijn zus praten over mijn moeder.

Mijn moeder sms’en over mijn zoon, die kan fietsen.

De telefoon weer opnemen. Met mijn moeder praten over mijn zoon, die kan fietsen, en over de vraag waarom ze niet kan sms’en met haar nieuwe abonnementje. Met mijn moeder praten over mijn moeder.

Op het caravanbed liggen, kussens in mijn nek, oordopjes in, Joy Division op de walkmantelefoon. In slaap vallen. Wakker worden. In slaap vallen. Wakker worden.

Naar de blauwe lucht – hier en daar een wolk – turen, richting het geklapper van kleurige parachutes. Proberen het vliegtuig te blijven volgen, de volgende lading te zien springen. Zweefvliegtuigen geruisloos door mijn blikveld zien gaan. In slaap vallen.

Spelenderwijs ontdekken dat ik, met behulp van mijn nieuwe telefoon en de Bluetooth-functionaliteit, wel degelijk op internet kan. Mijmeren dat het net lijkt of ik zit te werken, als ik het over Bluetooth-functionaliteit heb. Me afvragen waarom niemand, in geen enkele computer- of telefoonzaak, me kon vertellen dat het zo eenvoudig was. Meneer De Beer maar weer vervloeken.

Naar de poppenkastvoorstelling van de kinderen kijken, achter het keukenraampje van de caravan, met decor. Lachen. De voorstelling vastleggen voor het nageslacht, weer met de camcorder. Denken: dat ding van de Aldi heeft zijn geld inmiddels wel opgebracht.

Samen met de poppenspelers een frisse salade eten, in de schaduw achter de caravan.

Naar de boer en de kinderen kijken, terwijl ze de kippen, de konijnen, de schapen, de Nubische geiten, de gewone geiten eten geven. Het deze keer niet filmen met de camcorder, omdat we geen nieuwe bandjes bij ons hebben.

Potjes ambachtelijk ingemaakte jam kopen op het erf, voor de oma’s.

Afwassen.

Maar verder?

Helemaal niets.

Ja, dit: hinken op twee gedachten.

Dit is geluk.

Ik verveel me.

Posted in: Vakantioneel