Kou

Posted on 4 juli 2006

0


Er is, lees ik op mijn geliefde internet, geen wetenschappelijk bewijs voor dat kouvatten verkoudheid veroorzaakt. Met andere woorden: men kan kouvatten wat men wil, maar verkouden wordt men er niet van. Is dat goed nieuws of is dat geen goed nieuws?

Stoer met de linkerarm uit het open autoraam, dat droeg – dacht ik tot voor kort – een zeker risico met zich mee. Niet dus. Op de tocht dan wel trek zitten, met de blote voeten in de sneeuw, zonder jas, sjaal en hoofddeksel in de vrieskoude, volledig gekleed te water: het maakt allemaal niet uit. Een koutje is zo gevat, daar verandert niets aan, maar verkouden word je er niet van.

Kouvatten, dat is dus eigenlijk niets. Je weet misschien dat je een koutje hebt gevat, omdat je je recentelijk in een situatie hebt bevonden waarin zoiets kan gebeuren, maar je merkt er verder niets van. Een prachtig excuus om je bij je werkgever ziek te melden en je ondertussen niet schuldig te voelen. Uitermate intrigerend bovendien, dat zoiets alledaags, vertrouwds en ongemakkelijks als een koutje als het ware niet blijkt te bestaan.

Mijn bijholteontstekingsgeschiedenis – mocht dit iemand vervelen: ga gerust iets voor jezelf doen – begon in de derde klas van de middelbare school: zeilkamp in Friesland, beestachtig weer op het IJsselmeer. Er moet gewerkt worden op zo’n Tjalk en een regenpakje houd je dan echt niet droog. Niet lang daarna begon de hoofdpijn en die hield niet op. De huisarts zei – ik vergeet het nooit meer – dat ik ernstig ziek was. De zomervakantie begon voor mij wat vroeger, dat jaar. En allemaal dankzij de storm op het IJsselmeer, heb ik altijd gedacht.

De bijholtenontsteking vormt een rode draad in mijn leven en meestal kon ik de oorzaak wel aanwijzen. Het eerder genoemde open raampje bijvoorbeeld, op een veel te koude aprilse zondag in Rosmalen. De goedbedoelde poging van collega’s om de temperatuur een beetje te drukken door ramen en deuren tegen elkaar open te zetten. Op de fiets naar mijn werk in een gure herfstbui. De koude storm van de airconditioning in de Toyota van mijn moeder. Het leek allemaal zo logisch, maar dat is het dus niet.

Waaraan ik mijn allesverlammende bijholteontsteking dan wél te danken heb, daarover moet ik de wetenschappers op een later tijdstip nog maar eens consulteren. Vanmiddag zal ik van de huisarts horen of zij genegen is mij een antibioticum voor te schrijven, zodat de kans op een zorgeloze vakantie niet bij voorbaat helemaal is verkeken. Tot die tijd behelp ik me met paracetamol, hoestdrank, codeïnefosfaat en vitamine C.

Ondertussen ben ik me ervan bewust dat er waarschijnlijk niemand op dit deeltijdbloggersleed zit te wachten en dat het interessanter was geweest om wat woorden te wijden aan de uitgelekte brief van Balkenende, die er – misschien een beetje laat – ontzettend veel zin in bleek te hebben. Een parallel met “Ik heb er zin an!” is dan zo getrokken, maar dat zal weer niet bijster origineel zijn geweest.

De boog kan niet altijd gespannen zijn.

Posted in: Nu nog actueler