Need for speed

Posted on 26 juni 2006

3


Ik heb een Volvo.

Zo, de toon is gezet. Volvo’s zijn oudemannenauto’s. Dat waren ze al vóórdat ze Daf overnamen, kun je nagaan. Mijn Volvo is – op de doorontwikkelde Dafjes na – de oudstemannenauto van allemaal. Weliswaar van alle gemakken voorzien, zoals airconditioning, elektrische ramen, stoelverwarming, maar slechts ter conservering van de oude man. En sportvelgen, als halfzachte poging de eerste verschijnselen der midlifecrisis voor te zijn.

Laten we eerlijk zijn: ik bén een oude man. Over minder dan twee maanden bereik ik de 42. Mijn vriend V., die ik zo eens in de drie jaar zie en die dan altijd een nieuwe vrouw en een nieuw kind heeft, is ook een oude man. Die ís al 42. Mijn vriend V. heeft geen Volvo, zelfs geen oudemannenauto. Mijn vriend V. heeft een garage vol met auto’s, maar geen van die auto’s heeft een uitstraling die een doorontwikkeld Dafje benadert.

Afgelopen zaterdag was ik bij mijn vriend V., op kraam- , nieuwevrouwen- en nieuwe-autovisite. De Britse aristocraat op spaakwielen had ik al gezien, de Frans/Italiaanse exoot nog niet, evenals de koning van de autobahn. Een stukje rijden dan maar?

Mijn vriend V. bood me niet de bestuurdersstoel van de Porsche 996 Turbo aan en ik vroeg het ook niet. Ik heb niets met Porsches, maar als hij graag wil, dan gaan we toch een stukje rijden?

Ik ben geen held. De bobsleebaan in de Efteling, die ik best een beetje eng vind, vervaagde toen mijn vriend V. in een lange bocht de snelweg op stuurde. Geen tijd om op de snelheidsmeter te letten, ik moest me met beide handen vasthouden. Maar zo hard had ik op een récht stuk nooit gereden.

En dat rechte stuk moest nog komen. Op de rechterbaan personenauto’s die stilstonden, waarom toch? Het landschap was wél in beweging, ging met gezwinde spoed achteruit. Of vooruit, het is maar waar je de voorkant plaatst. Maar landschap beweegt doorgaans niet op deze manier en auto’s staan doorgaans niet stil op de rechterbaan als er geen file is, dus moest er iets anders aan de hand zijn.

Een voorzichtige blik op de snelheidsmeter leerde wát. De wijzer hing tussen de 250 en 300. Handig, zo’n digitaal tellertje eronder om alle twijfel weg te nemen. 275. 155 kilometer boven de toegestane snelheid. Als er nu een politiewagen opdook: rijbewijs kwijt, auto kwijt, brommen.

Op een verlaten b-weggetje demonstreerde mijn vriend V. nog even de sportstand van de automaat: vanuit stilstand het gaspedaal op de bodem en dan kijken hoe snel het weggetje op is. Snel. Van 0 tot 200 in pakweg 11 seconden. Sommige mannen krijgen dan een stijve, als de downforce dat niet onmogelijk maakt. Ik had een jaar geleden nog een deux chevaux, die deed er ruim een minuut over om 100 te halen. Wind mee.

Die avond stapte ik weer tevreden in mijn bejaarde Volvo. Met een vast voornemen: nooit meer te hard. Misschien haal ik 170, als ik mijn best doe, maar dan nog: het slaat nergens op.

Posted in: Autobio, Automotief